Column voorzitter Gerard IJff – januari

27 January 2026

Beste ondernemer,

Steeds verbaast het mij als ik constateer hoe weinig mensen met een exacte, zo u wilt beta-, achtergrond functioneren in de top van het bedrijfsleven of het openbaar bestuur. Het is merkwaardig, want waarom zouden mensen met een dergelijke achtergrond niet goed kunnen functioneren op dat niveau? Bovendien doet het ook de kwaliteit van het topbestuur tekort. Nu worden dergelijke functies vooral vervuld door juristen, economen, bedrijfskundigen, bestuurskundigen, sociologen of politicologen. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar toch. Daarmee is een eenzijdig denkraam aanwezig en ontbreekt een analytische of creatieve inslag. Bovendien is het wel fijn als een CFO ook gevoel voor getallen heeft en doorziet dat de uitkomst op pagina 10 en pagina 100 van een financieel verslag niet met elkaar overeenkomen. Of wat te denken toen we midden in de Coronacrisis zaten en de vraag gesteld moest worden hoe we onze organisatie door deze crisis moeten leiden. Enige affiniteit met het voorkomen van besmettingen kan dan geen kwaad.

Wat geldt voor het bedrijfsleven geldt in minstens zo grote mate ook voor de politiek. Of je nu kijkt naar de gemeenteraden, de provinciale politiek of de Tweede Kamer. Het aantal vertegenwoordigers of bestuurders met een exacte achtergrond is bedroevend laag. Terwijl de onderwerpen en maatschappelijke vraagstukken juist vragen om enig inzicht in de materie. Zo kan het helpen voor het debat in de Tweede Kamer bij de discussie over kernenergie, dat bijvoorbeeld Diederik Samson kernfysicus is. Ook kan ik mij voorstellen dat Robbert Dijkgraaf als natuurkundige een waardevolle en verfrissende bijdrage heeft geleverd in de discussies in het kabinet Rutte IV. Zij zijn in staat om de complexe materie uiteen te rafelen, in normale mensentaal uit te leggen en duidelijk te maken wat de kansen en risico’s zijn.

Zelf ben ik afgestudeerd bij het Material Science Center in Groningen, later omgedoopt in Zernike Institute for Advanced Materials, en deed onderzoek naar vaste stoffen met hele bijzondere elektronische en magnetische eigenschappen. Na de studie vond ik werk bij het analytisch chemisch laboratorium van het Waterschap Limburg om mijn carrière min of meer te eindigen als wethouder. In die laatste functie heb ik gemerkt wat de meerwaarde is van personen met verschillende achtergronden in het bestuur. Met name de wijze van denken kan een meerwaarde zijn bij de besluitvorming van complexe vraagstukken en vaak zijn de vraagstukken in het openbaar bestuur complex. Maar ook vakkennis kan soms nuttig zijn om bijvoorbeeld een offerte echt te kunnen doorgronden.

Laatst las ik een interessant interview met Liedewij Laan. Deze associate professor van de Technische Universiteit Delft is initiatiefnemer en voorzitter van de organisatie Bèta’s in Bestuur en Beleid, BIBB. Vaak kijken Bèta’s toch enigszins neer op beleids- of bestuursfuncties en dat is volstrekt onterecht. Soms is het toch ook echt motiverend om naast of na het (fundamentele) onderzoek maatschappelijk relevant bezig te zijn.

Mijn oproep is dan ook aan alle Bèta’s om na te denken en niet te schromen voor een echte carrièreswitch zo halverwege je werkzame leven. Een bijdrage leveren in de directiekamer van een bedrijf of aan de (semi-) publieke zaak geeft zonder uitzondering nieuwe energie.  Kom uit de ivoren toren en pak de kans. Je zult er geen spijt van krijgen en ik kan het weten.

Dit pleidooi geldt uiteraard ook voor de directie van bedrijven, van (semi-) overheidsinstellingen of raden van toezicht.

De ervaring leert dat zittende bestuurders ook moeten leren om bij de invulling van vacatures buiten hun eigen netwerk te kijken en niet moeten schromen om bèta’s uit te nodigen om toe te treden tot hun bestuur. Je zult zien dat het een meerwaarde is en ik kan het weten!